woensdag 26 juli 2017

Wavin in gesprek met dr. ir. Frans van de Ven, deskundige stedelijk waterbeheer – DEEL 2

Een toenemende bevolkingsdichtheid in combinatie met decennia van niet-duurzame systemen, heeft een enorme (en negatieve) impact gehad op de natuurlijke infrastructuur van de wereld. Deze infrastructuur is uitgeput geraakt door natuurlijke processen, nalatigheid en – in de laatste decennia – weers- en klimaatfactoren. Het is hoog tijd om deze bronnen terug te brengen in een ecologisch gezonde staat die voorziet in klimaatbestendige materialen en diensten. Gemeenschappen en bedrijven hebben die nodig om goed te kunnen functioneren in economisch, sociaal en ecologisch opzicht. Wat we in wezen nodig hebben is een ‘circulaire economie’ die een bijdrage levert aan nieuwe technologieën en innovatie op het gebied van techniek, financiën en milieu. Stedelijk regenwaterbeheer en klimaatbestendigheid zullen in het continuüm van de circulaire economie een belangrijke rol spelen. Dit is deel 2.

Als je voor klimaatbestendigheid wilt gaan dan zul je geduld moeten hebben. Er komt behoorlijk wat reconstructie bij kijken. Het valt niet mee om deze oplossingen voor groene infrastructuur achteraf aan te passen. Je zult moeten synchroniseren met reconstructie-activiteiten in de stedelijke omgeving.
Dr. Ir. Frans van de Ven

Klimaatbestendigheid heeft tijd nodig

WAVIN: Als we kijken naar de stand van klimaatbestendigheid in het algemeen en die van bestendigheid tegen regenwateroverlast in het bijzonder, staat die dan hoog genoeg op de agenda?
DR. VAN DE VEN: Het staat op de gemeentelijke agenda. De vraag is echter of steden hun bewustzijn van het probleem voldoende kunnen omzetten in actie, ofwel in een reconstructieprogramma.

(links) Geertjo van Dijk, European product manager Storm Water Management bij Wavin, interviewt (rechts) dr. ir. Frans van de Ven, associate professor Stedelijk Waterbeheer aan de Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen (TU Delft)

Verscheidenheid aan stakeholders

DR. VAN DE VEN: Dus welke opties hebben we? Voor veel betrokkenen is het niet altijd even duidelijk wat het doel nu precies is en hoe dit kan worden bereikt. Een van de conclusies van ‘Climate Proof Cities’ is bovendien dat het voor gemeentelijke waterautoriteiten erg moeilijk zal zijn om het probleem zelf op te lossen. Zij zullen de private sector erbij moeten betrekken. De verantwoordelijkheid voor het creëren van de nodige bestendigheid ligt deels bij de vastgoedeigenaren. Dat is uiteraard een grote uitdaging.

Aantrekkelijkheid van oplossingen voor waterbeheer

WAVIN: Is het betrekken van private partijen bij dit debat iets dat we zouden kunnen afdwingen door middel van wetgeving?
DR. VAN DE VEN: Ik heb de neiging om hier een vergelijking te trekken met de ‘wortel en de stok’. Wetgeving dient meestal als stok ofwel bestraffing en de wortel ofwel beloning zit ’m in het feit dat de oplossingen aantrekkelijk zijn. We hebben het gehad over het tot stand brengen van aantrekkelijke blauw-groene omgevingen in de stedelijke gebieden. Dat brengt vele voordelen met zich mee. Het feit dat we onze behoefte aan koeling kunnen verminderen door gebruik te maken van groene daken en groene muren, door water te gebruiken voor verdampingskoeling en meer van dit soort oplossingen. Dat is voor ons een belangrijke opgave, denk ik. We moeten particuliere eigenaren laten zien dat zij erop vooruitgaan als deze oplossingen op hun eigendom worden toegepast.

WAVIN: U hebt zojuist uitgelegd dat het al vrij moeilijk is om de juiste voorspellingen en berekeningen te maken aangaande hitte, droogte en overlast door regenwater in de steden. En dan moet de schade ook nog worden beoordeeld. Hoe kun je dat gestructureerd aanpakken, door gebruik te maken van software en dergelijke?
DR. VAN DE VEN: Dat is een interessante vraag. Om te beginnen moeten we ons afvragen of we alleen naar het probleem moeten kijken of ook aandacht moeten besteden aan de kansen die deze nieuwe oplossingen bieden. Feit is dat als we onze steden blauw-groen maken, we niet alleen de fysieke bestendigheid tegen klimaatverandering vergroten, maar er ook voor kunnen zorgen dat de sociale en ecologische veerkracht in het gebied toeneemt. Het is zaak dat partijen overtuigd raken om in deze oplossingen te investeren. Dat kan volgens mij door de voordelen van die investeringen te benadrukken. En niet alleen met betrekking tot klimaatbestendigheid. De uitdaging zit ’m grotendeels in het bestaande stedelijke gebied en in de vraag hoe we bestaande maatregelen kunnen aanpassen om daar meer bestendigheid te creëren.

WAVIN: Kunt u iets meer vertellen over het proces van co-creatie met gemeenten, waterschappen en lokale belanghebbenden? Hoe gaat dat in zijn werk? Kunt u een voorbeeld noemen uit eigen ervaring?
DR. VAN DE VEN: We hebben zoveel co-creatieve processen doorlopen. Er zijn vele manieren om de problemen op te lossen en de vraag is: wat willen de deelnemers het liefste zien en hoe kunnen we dat integreren in de stedelijke structuur? Het gaat om de hele interactie tussen stedelijke waterbeheerders en stedenbouwkundigen, ontwerpers en landschapsarchitecten. Om deze dialoog te faciliteren hebben we verschillende tools ontwikkeld, zoals de Adaptation Support Tool en de Climate Adaption app.

Alternatieve oplossingen hebben hun nut bewezen

WAVIN: Mijn ervaring met waterautoriteiten is dat ze groot voorstander zijn van het creëren van open water als opslagmogelijkheid binnen het watersysteem. Daarnaast maken ze zich zorgen over de betrouwbaarheid van alternatieve oplossingen zoals doorlatende bestrating of infiltratievoorzieningen. Hoe gaat u om met die sceptische houding, kunt u daar iets over vertellen?
DR. VAN DE VEN: Tien, vijftien jaar geleden was het denk ik terecht om vraagtekens bij deze oplossingen te zetten omdat niemand ze grondig had onderzocht. Was er bewijs dat het zou werken en zou het effectief zijn over twintig, dertig jaar? We moesten dus met bewijs komen dat deze systemen de tand des tijds zouden doorstaan. Het was een terechte vraag. Nu het bewijs er is, denk ik dat de situatie is veranderd. Ik zie nu ook dat waterautoriteiten daadwerkelijk bereid zijn om aan deze discussie deel te nemen en deze alternatieven mee te nemen.

Betrokkenen bij het process

WAVIN: We hebben het gehad over het proces van co-creatie en over het feit dat er veel partijen bij betrokken zijn. Wie moet nu de leiding nemen?
DR. VAN DE VEN: Het zou denk ik natuurlijk aanvoelen als de stad bij het creëren van klimaatbestendigheid de rol van aanvoerder op zich neemt. Zij staan het dichtst bij de bewoners. 

WAVIN: Hoe moeten we binnen dat proces tot actie overgaan en moet dat niet op lokaal niveau gebeuren?
DR. VAN DE VEN: Dit is typisch iets wat op lokaal niveau moet plaatsvinden. Om te beginnen moeten alle stakeholders om de tafel gaan zitten om te bespreken wat er moet gebeuren, hoe dat moet gebeuren en wie het moet betalen. Het is, denk ik, erg belangrijk om dat zo lokaal mogelijk te houden. Want dan kun je echt met de deelnemers praten over hun straat of wijk en over wat daar mogelijk is. Samen kun je bekijken welke stappen nodig zijn.

WAVIN: Bestaan er nog andere manieren om dat te bereiken?
DR. VAN DE VEN: Ik vrees van niet. Het kost tijd om alle kwesties en aspecten te bespreken. Veel van de deelnemers hebben tijd nodig om kennis te maken met de verschillende oplossingen, om de problemen en de mogelijke oplossingen te leren kennen en te begrijpen. Daarna beginnen ze in te zien welke voordelen deze oplossingen bieden en van daaruit kunnen ze aan de slag gaan met effectieve oplossingen. Bijvoorbeeld door een begin te maken met het opstellen van een actieplan en de uitvoering daarvan te bespreken. Een belangrijk deel van die dialoog is dat kosten en baten eerlijk worden verdeeld.

Rollen van de sector (Wavin)

WAVIN: Hoe kunnen commerciële bedrijven zoals Wavin een bijdrage leveren aan dit proces?
DR. VAN DE VEN: (1) Als kennisleverancier, want jullie weten alles over de systemen en tools die beschikbaar zijn. (2) Veel van deze oplossingen staan of vallen met een goede installatie en dus is het van belang zijn dat de sector bijdraagt aan het vermogen om deze voorzieningen op de juiste manier te installeren en te onderhouden. (3) Tot slot kan ik me voorstellen dat de bedrijfstak ook een voortrekkersrol op zich neemt bij het verzamelen van informatie over hoe het beter kan. Door hun materialen te testen, door hun oplossingen te testen en door aan de steden en andere belanghebbenden te laten zien hoe zij de beste oplossing kunnen bereiken.

De voordelen van stedelijk regenwaterbeheer verkondigen; een blauwdruk

WAVIN: U hebt aangegeven dat vooral gemeenten het voortouw zouden moeten nemen om ervoor te zorgen dat steden beter bestand zijn tegen overstromingen. Waar zouden gemeenten volgens u morgen al mee kunnen beginnen?
DR. VAN DE VEN: (1) Met het samenbrengen van partijen, het combineren van agenda’s. (2) Met het bespreken van mogelijkheden en het informeren van mensen over de vele opties waar zij uit kunnen kiezen. (3) Gemeenten kunnen in gesprek gaan over de oplossingen in een specifiek gebied. (4) De stad kan ervoor zorgen dat mensen zich bewust zijn van de vele voordelen die bepaalde oplossingen zouden kunnen bieden. (5) Met een dialoog op gang brengen om tot de juiste balans te komen tussen wat wel en wat niet aanvaardbaar is.

Multifunctioneel gebruik van regenwater: een voorbeeld

WAVIN: Kunt u daar specifieke voorbeelden van geven?
DR. VAN DE VEN: Een voorbeeld dat ik graag noem is de Arena in Tokyo, waar is besloten een retentietank voor regenwater onder de zitplaatsen te installeren. In totaal 3.000 kubieke meter, waarvan 1.000 kubieke meter altijd leeg blijft om de volgende bui op te kunnen vangen. Dit is een retentievoorziening voor regenwater afkomstig van het enorme dak dat ze hebben. Nog eens 1.000 kubieke meter bestaat uit opgevangen regenwater dat gebruikt wordt om de toiletten door te spoelen. De resterende 1.000 kubieke meter is altijd vol en fungeert als waterreservoir voor de brandweer in het district. Dat is een goed voorbeeld van een gerealiseerd multifunctioneel reservoir en ik denk dat er in de nabije toekomst meer van dit soort oplossingen moeten komen. Zoals je ziet, komt deze oplossing tegemoet aan zowel private als publieke belangen. Dat is precies de uitdaging waar we in de nabije toekomst qua ontwerp mee te maken krijgen.

We willen dr. Van de Ven hartelijk bedanken voor het feit dat hij zijn inzicht, kennis en expertise over een uiterst belangrijk onderwerp wilde delen. Niet alleen met Wavin en de bedrijfstak rond regenwaterbeheer, maar ook met gemeentebestuurders en stedenbouwkundigen in Europa en vooral met de gemeenschappen en buurten zelf. Het vermogen om zich aan te passen aan veranderende klimaatomstandigheden vormt de sleutel voor hun duurzaamheid en groei. Laten we de discussie vooral niet afbreken.

Bekijk HIER het eerste deel van het interview op video. Deel 2 zal binnenkort op YouTube te zien zijn. Houd het in de gaten!

U kunt de Whitepaper voor stedelijk regenwaterbeheer hier downloaden.