dinsdag 15 september 2020

Betere bouwprestaties - Interview met architect Duzan Doepel van DoepelStrijkers

Wat zijn betere bouwprestaties? Voor Wavin betekent het dat we efficiënter bouwen door:
● gebruik te maken van Building Information Modelling (BIM) en producten te prefabriceren en
● te kiezen voor energie-efficiënte verwarming en koeling, ventilatie en geluidsreductie voor meer leef- of werkcomfort.

Als we nieuwe gebouwen ontwerpen, dan moeten ze op een gezonde en efficiënte manier afgestemd zijn op de manier waarop we leven, werken en ontspannen. Architecten en bouwbedrijven spelen een grote rol bij de ontwikkeling naar meer toekomstgerichte gebouwen. Architecten zoals Duzan Doepel en zijn architectenbureau DoepelStrijkers begrijpen dat maar al te goed. Het architectenbureau maakt ontwerpen die maximaal inspelen op het comfort, het welzijn en de gezondheid van bewoners, en die tegelijk het energieverbruik en de CO2-uitstoot fors doen dalen. Daarvoor maken ze gebruik van de levenscyclusanalyse van materialen.

Duzan Doepel – Innovatiegedreven gebouwen voor een gezonde en duurzame toekomst

Een pasklare oplossing om elk gebouw maximaal te laten presteren bestaat er niet. Elk gebouw is anders, en heeft andere mogelijkheden en beperkingen. Om de bouwprestaties te verbeteren, moet de energie-efficiëntie wel ons uitgangspunt zijn.

Architect Duzan Doepel is opgegroeid in Zuid-Afrika en later naar Nederland gekomen. Hij was onder de indruk van de liberale, Nederlandse manier van denken: the Dutch approach, zoals hij het noemt. We tasten altijd de grenzen van het mogelijke af en kijken of we stappen verder kunnen zetten. Bijvoorbeeld in de architectuur.

De Dutch Windwheel is een katalysator voor innovatie. In sommige landen staat hij symbool voor een duurzame transitie.
Duzan Doepel

Het nieuwe bouwen

Als Duzan vertelt over CO2-neutraal, circulair en klimaatbestendig bouwen, heeft hij het over 'het nieuwe bouwen'. Als we vragen naar de rol van de architecten daarin, verwijst hij naar de crisissen uit het verleden en hoe de geschiedenis zich altijd herhaalt. Duzan: "Een crisis dwingt ons om een oplossing te zoeken en anders te denken. Neem bijvoorbeeld de oliecrisis van 1973. Toen al riepen architecten op om duurzamer te bouwen. Zo ontstonden de eerste duurzame gebouwen. Ze keken naar lokale grondstoffen. En ze zetten de eerste stappen in de bioklimatische architectuur, waarbij ze gebouwen maximaal gingen verlichten, verluchten, koelen en verwarmen met wind, zon en lucht. Architectuur is niet alleen mooie dingen maken. We hebben een impact op de maatschappij. Kijk bijvoorbeeld ook naar de crisis in de periode 2007-2012. Ook die leidde tot een roep om meer duurzaamheid." En de geschiedenis herhaalt zich opnieuw met deze crisis.

Niet alleen het grotere verhaal is belangrijk, natuurlijk. Het gaat ook om de gebruikers en klanten van gebouwen. Als die blij zijn bij de oplevering van een project, dan is mijn dag goed. Dat maakt mijn baan ook zo leuk: ik mag creatief zijn en ik zie elke dag tevreden gebruikers.
Duzan Doepel

De stad als klimaatmachine

Gebouwen, dorpen en steden aanpassen aan het (lokale) klimaat is niets nieuws in de architectuur. Kijk naar de smalle straten en witte huizen met nauwelijks ramen in Griekenland. Ze houden de mensen koel in warme zomers. Stedelijke morfologie heet dat, de studie naar de vorming van dorpen en steden in de loop der tijd. Volgens Duzan zijn architecten de feeling wat kwijtgeraakt om gebouwen te creëren die rekening houden met de omgeving en het klimaat. En dat komt door de beschikbare technologie. "We ontwerpen bijvoorbeeld kantoorgebouwen waar de binnentemperatuur altijd 21 °C is. Niet door het ontwerp, maar door technologie." We moeten opnieuw meer rekening houden met het microklimaat. Als je op een gebouw een verdieping bouwt, dan heeft dat een impact op de andere verdiepingen. Als je bomen plant, dan heeft dat een effect op gebouwen – ze zorgen voor een natuurlijke verkoeling. We moeten weer leren om te spelen met het microklimaat in de steden. Want omdat we zo dicht op elkaar wonen, heeft elk gebouw invloed op andere factoren. Het stadsbestuur moet daarin een rol spelen. En niet alleen voor de openbare pleinen en gebouwen. Zo is er in Rotterdam een publiek-private samenwerking voor multifunctionele daken. Dat zijn daken waarop meerdere functies te vinden zijn en elke functie heeft zijn kleur. Zo zorgen groene daken voor vergroening en ze dragen bij aan de luchtkwaliteit. Blauwe daken vangen water op. Gele daken wekken energie op uit wind of zon. Paarse daken zijn dan weer woondaken.

De nieuwe economie

Rotterdam is altijd een pionier geweest in architectuur en innovatie. Volgens Metropolis, een maandelijks Amerikaans magazine over design en architectuur, is Rotterdam een van de beste steden ter wereld om in te wonen, te werken en te ontspannen. Met de Dutch Windwheel maakt Rotterdam die rol waar. Onder het motto ‘building the next economy today’ werken 11 bedrijven en kennisinstellingen met het gebouw aan de transitie naar een schone en digitale economie. Het idee ontstond in een bar, tijdens een gesprek tussen Duzan Doepel en Johan Mellegers, de voormalig directeur van Unesco-werelderfgoed Kinderdijk. Ze wilden een duurzame toeristische attractie maken voor Rotterdam. Met de London Eye, het reuzenrad, en de typische Nederlandse windmolen als inspiratie kwamen ze tot de Dutch Windwheel.

Dutch Windwheel gebruikt de zon en de wind om energie op te wekken en op te slaan. Door de vorm is het een verticaal zonne- en windpark. Ook vangt het gebouw regenwater op om er de toiletten mee door te spoelen en planten water te geven. De Dutch Windwheel wint warmte, voedingsstoffen en fosfaten terug. Het groen zorgt voor een natuurlijke ventilatie van het gebouw.

“Tijdens het ontwerpproces kwamen we op ideeën waarvoor er nog geen technologie bestond. Daarom hebben we de Windwheel Corporation opgericht, een innovatieplatform van DoepelStrijkers, Meysters en Bloc. Samen met 33 leveranciers bouwden we 1 hotelkamer waar we alle technologieën lieten samenkomen.”

Building as a Service

"We dachten ook na over circulariteit: hoe konden we van de Dutch Windwheel een modulair gebouw maken met verschillende functies en flexibele ruimtes? Het model dat we toepassen is 'Building as a service'. Dat betekent dat we het gebouw niet langer zien als het geheel van bakstenen dat de komende eeuw in dezelfde vorm blijft staan. Dutch Windwheel is een verzameling van diensten. En iedere leverancier blijft eigenaar van zijn dienst. Zoals de zonnepanelen. De plaatser blijft de eigenaar. Hij blijft dus verantwoordelijk voor het onderhoud en de vernieuwing. Die afspraken zijn vastgelegd in contracten. Zo blijft het gebouw up-to-date. Een ander bedrijf is verantwoordelijk voor mobiele of flexibele vloeren. Je kunt modules, bijvoorbeeld een toilet, op die manier gemakkelijk verplaatsen en zo de ruimtes aanpassen. Zo is de Dutch Windwheel volledig modulair in aanpasbaar. De titel van een krantenartikel vat het mooi samen: in de toekomst zullen we leven in een dienstencontract."

The Next Economy heeft een Next Architecture nodig. Ik noem het: klimaatarchitectuur. We evolueren naar gebouwen die aangepast zijn aan het klimaat.
Duzan Doepel

Een partnership van innovatieve bedrijven

Wavin, het team van DoepelStrijkers, de partners van de Dutch Windwheel, … Al die organisaties werken naar dezelfde doelen, denk aan klimaatbestendigheid, duurzaamheid en energie-efficiëntie. We kunnen nog meer bereiken door samen te werken. "Bedrijven in Nederland zijn heel goed in samenwerken", zegt Duzan. "En circulariteit is een dankbaar thema waar nog veel vooruitgang in kan worden geboekt. Tot nu toe is de Dutch Windwheel Innovation Foundation als innovatieplatform redelijk uitzonderlijk. De meeste initiatieven komen uit Brussel, waar Europese organisaties binnen programma's zoals Horizon 2020 samenwerken rond energietransitie, de circulaire economie en biogebaseerd bouwen. Bedrijven zijn dankbaar om mee te werken. Ze kennen hun vak, ze denken praktisch en willen vooruit.

Duzan ziet zijn architectenbureau als een vliegwiel en een initiatiefnemer. Architecten hebben op dit moment minder grip op het bouwproces dan pakweg 15 of 20 jaar geleden. Architecten zijn meer managers geworden. En dat is soms frustrerend. Door zelf projecten van nul af aan op te zetten, kunnen ze hun creativiteit wel volledig kwijt.

In 2016 werd Rotterdam uitgenodigd op de World Cities Expo in Edinburgh. DoepelStrijkers ontwierp een paviljoen, de #RotterdamWatershed, met 2400 gerecycleerde pvc-buizen – de kernactiviteit van Wavin. Op een speelse en interactieve manier werd de aandacht van de bezoekers gevestigd op de uitdaging van de klimaatverandering voor steden. Door regenwater op te vangen, te bufferen en geleidelijk af te voeren, verlaag je de druk op de riolering en stroomt er minder vervuild afvalwater in de natuur. Dat is ook hoe wij onze oplossingen willen delen: niet door het diep onder de grond weg te steken, maar door het te tonen. Laat oplossingen deel uitmaken van de omgeving. Zo betrek je de burgers erbij. Het Waterplein in Rotterdam is daar een mooi voorbeeld van. Bij hevige regels vangt het plein bijna 2 miljoen liter regenwater op. Is er geen wateroverlast? Dan is het een plein om op te skaten en te basketballen.

Gebouwen als icoon van innovatie

Zonder innovatie kun je de prestaties van gebouwen niet verbeteren. Je hebt vernieuwende ideeën en vernieuwende mensen nodig: architecten, bedrijven, eindgebruikers, … Wanneer vooruitstrevende bureaus zoals DoepelStrijkers samenwerken met bedrijven zoals wij, dan is the sky the limit. Steden en hun inwoners profiteren daarvan.

Bedenk iets geks en laat het rijpen. Dan heeft het kans op slagen. Je moet wel gek dúrven te denken. En dan maken we samen van de wereld een betere plek om in te leven.
Duzan Doepel